‘Nederland is verzot op onze muziek, maar niet op ons’

15mei - door redactie - 0 - Over Nieuws

De Nederlandse woonwagencultuur wordt bedreigd en gemeenten hebben te weinig oog voor de mensenrechten in hun woonwagenbeleid. Dat schrijft de Nationale ombudsman, Reinier van Zutphen, in een brief aan minister Ollongren van Binnenlandse Zaken.

Woonwagenbewoners Paula en Rolus Bloemers uit Oss zijn blij met de actie, zeggen de tante en neef in het NOS-radioprogramma Met het Oog op Morgen. “We zijn toch een multiculturele samenleving? Nou, voor ons er is er geen plek in die samenleving!”

Betonblok als iemand verhuist

Hoewel het niet altijd makkelijk is, zijn de twee dol op het leven op een woonwagenkamp. “Ik zou niks anders willen. Het is een beetje alsof je met vrienden naar de camping gaat. Nou, zo leven wij het hele jaar”, zegt Rolus enthousiast.

Wie er geboren wordt, wil er blijven wonen, maar juist dat wordt steeds lastiger. “Als er bij ons iemand overlijdt of verhuist, wordt er een betonblok op zijn woonwagenplek gezet”, aldus Paula. Zo verdwijnen er voortdurend standplaatsen. Als voorzitter van belangenorganisatie Travellers United Nederland strijdt zij tegen dit zogeheten uitsterfbeleid.

Driekwart van de gemeenten heeft één of meer woonwagens. In 1997 waren er in heel Nederland volgens het CBS 8700 standplaatsen voor woonwagens. Bij de laatste telling (in 2009) waren het er nog 8300. Volgens de ombudsman bestaat er een mogelijk tekort van een paar duizend standplaatsen.

Paula Bloemers woont op een woonwagenterrein met vijf wagens, Rolus Bloemers met zes standplaatsen. “Redelijk gemiddeld”, volgens beiden.

De 24-jarige Rolus zou dolgraag een eigen wagen willen, maar dat is onmogelijk. Er is geen plaats, dus ook een gezin stichten zit er voorlopig niet in. Voorlopig blijft hij dus bij zijn ouders wonen. “Je wordt eigenlijk gedwongen om in een huis te gaan wonen. Sommige vrienden kiezen daarvoor, maar ze willen liever terug naar een woonwagen.”

Wij zijn de participatiesamenleving die Rutte zo graag wil

Paula Bloemers

Naast de discriminatie door het overheidsbeleid, voelen de tante en neef zich ook regelmatig gestigmatiseerd door de samenleving. “Niet in mijn gezicht, maar achter mijn rug”, volgens Rolus. Zo mochten sommige vrienden van hun ouders niet bij hem komen spelen op het kamp. “Nederland is verzot op onze muziek, maar niet op ons”, vult Paula aan.

Rolus (L) en Paula Bloemers NOS

De woonwagenbewoonster begrijpt niet waarom de overheid tegen hen ten strijde trekt. “Rutte duwt Nederland de participatiesamenleving door de strot, terwijl wij dat eigenlijk al zijn”, zegt Paula stellig. “Voor elkaar zorgen is onze cultuur. Fenomenen als kinderopvang en bejaardentehuizen zijn een zeldzaamheid bij ons.”

Naast de ombudsman worden de bewoners ook gesteund door een uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens, dat stelde dat het uitsterfbeleid discriminerend is. Die ruggensteun wordt gewaardeerd, maar uiteindelijk is het de overheid die de bescherming van woonwagenbewoners beter moet waarborgen. Rolus en Paula kunnen vooralsnog alleen maar hopen dat er iets gebeurt.