‘Nederland fiscaal steeds minder aantrekkelijk voor familiebedrijven’

13mrt - door redactie - 0 - Over Nieuws

In een van de legbatterijen van het überhippe Spaces Zuidas (in feite gesitueerd naast het mistroostige treinstation RAI) vond deze ochtend een presentatie plaats over een aloud fenomeen: familiebedrijven. Boodschapper is professor Pursey Heugens van Erasmus Centre for Family Business, een van de auteurs van het familiebedrijvenonderzoek dat is uitgevoerd in samenwerking met BDO en Rabobank.

Dat Nederland nog altijd een handelsnatie is en veel geld verdient in andere landen, wordt met een reeks fraaie cijfers uit het onderzoek aangetoond: maar liefst 60 procent van de 276.000 vaderlandse familiebedrijven exporteert naar het buitenland. Zo’n 70 procent van deze ondernemingen durft geld te steken in een internationaal avontuur en 59 procent heeft een of meer buitenlandse dochterondernemingen in eigendom.

Een typisch Hollandse familieonderneming die zijn geluk in het buitenland beproeft, is volgens de Rotterdamse professor diervoederbedrijf De Heus. Met een geschat vermogen van 1 miljard euro en de traditioneel gesloten ceo’s Co en Koen aan de knoppen, staan de Heus-telgen van het in 1911 opgerichte bedrijf op een negende plaats in de Quote 500-familielijst. Door de relatief kleine overname van Koudijs in 1995, een concurrent met een exportdivisie, heeft De Heus tal van nieuwe markten weten aan te boren. Inmiddels komt driekwart van de 2,6 miljard omzet voor een groot deel uit landen als Polen, Rusland en China.

Wat de diervoeders van De Heus volgens de onderzoekers aantonen: Hoe groter de invloed van niet-familieleden op de strategie van een familiebedrijf, hoe beter de onderneming gedijt in het buitenland en hoe meer buitenlandse omzet het genereert. Zo’n bestuurder – een externe ceo of commissaris – brengt volgens Heugens zowel ervaring als expertise met zich mee, die prestaties in het buitenland zichtbaar opkrikken. Met name in verre oorden spinnen familiebedrijven garen bij de aanwezigheid van externe bestuurders: buiten Europa presteren zulke bedrijven tot wel 11 procent beter dan wanneer een lievelingsneefje aan het roer staat, menen de onderzoekers.

Om niet te verzanden in academisch gezever, lichten we even een opvallende bevinding uit. Tegenover de internationaliseringslag die familiebedrijven maken en het daaruit voortkomende succes, tekent zich een negatieve ontwikkeling af in eigen land. ‘Nederland staat nu op een redelijk gunstige 19e plek, maar door verhoging van successiebelasting (bij bedrijfsopvolging) dreigen we uit top 20 te kukelen’, stelt de Rotterdamse professor met betrekking tot de status van Nederland als gunstig vestigingsland voor familiebedrijven. ‘Stel een familiebedrijf is 10 miljoen waard en je hebt 20 aandeelhouders, dan wordt dat gezien als passief vermogen waar relatief hoge belasting over geheven wordt.’

Hoewel Heugens geen waardeoordeel wenst te vellen over het gevoerde fiscale beleid in Nederland, meent hij dat er gekeken moet worden naar belastingvoordelen voor familiebedrijven. Zo is het voor corporates in Nederland al bijzonder aangenaam om zich te vestigen en dat wordt met de afschaffing van de dividendbelasting alsmaar beter. Hopelijk heeft Minister Hoekstra even mee gelezen. 

Het laatste zetje voor familiebedrijven om over landsgrenzen te gaan, is het aanstellen van een externe bestuurder. Tegelijkertijd staat het tamelijk gunstige vestigingsklimaat in Nederland voor familiebedrijven ernstig onder druk. ‘We dreigen uit de top 20 te kukelen.’