IMF: Nederland doet het goed, maar meer investeren wenselijk

13mrt - door redactie - 0 - Over Nieuws

De Nederlandse economie staat er goed voor. De economische groei is en blijft sterk, de staatsschuld slinkt, de arbeidsmarkt versoepelt, en banken staan er gezonder voor. “We klinken misschien te vriendelijk, maar veel in Nederland is op orde en in balans”, zegt IMF-econoom Thomas Dorsey.

Het IMF licht jaarlijks de Nederlandse economie door. Het team onder leiding van Dorsey heeft de voorbije dagen gesproken met onder meer het ministerie van Financiën, De Nederlandsche Bank (DNB), het Centraal Planbureau (CBP), de SER, werkgeversorganisaties en vakbonden en met ING als grote bank. Niet met economen dit keer.

Meer spenderen

De Nederlandse staatsschuld daalt in rap tempo en zal in 2023 uitkomen op 42 procent, denkt het IMF. Dat is een heel stuk onder de norm van 60 procent die in de eurozone geldt.

De economen van het IMF zijn te spreken over veel nieuwe kabinetsplannen, maar er zijn wel zaken die beter of anders kunnen. De overheid zou ondanks de groei best wat extra mogen investeren, juist gezien de dalende staatsschuld. Niet in infrastructuur maar meer in belastingverlaging, onderwijs en innovatie.

Het IMF denkt aan een half procent van het bruto binnenlands product, dus zo’n 3 à 4 miljard euro. Daarmee verschilt het IMF van het CPB en DNB. Die zijn voorstander van anti-cyclisch begroten, dus bij groei niet meer uitgeven en in tijden van crisis niet bezuinigen maar juist meer spenderen.

Meer loon

Het mag dan goed vlotten met de arbeidsmarkt en de flexibilisering, de lonen blijven achter, vindt het IMF. Die kunnen gezien de goed draaiende bedrijven best een stuk omhoog. Dat is in lijn met het pleidooi dat kabinet en vakbonden al een tijd houden.

De vakbonden krijgen het blijkbaar niet voor elkaar, misschien omdat ze geen vuist kunnen maken, denkt het IMF. Er moet ook niet gekeken worden naar de loonontwikkeling in andere landen voor de concurrentie in loonkosten, er valt hier gewoonweg meer te halen. Omdat de inflatie laag is en de loonontwikkeling vooralsnog beperkt, hoeft voor oververhitting niet gevreesd te worden.