Meer asielzoekers dan nareizigers naar Nederland

7dec - door redactie - 0 - Over Nieuws

Voor het eerst sinds de zomer van vorig jaar zijn er weer meer nieuwe asielzoekers dan nareizigers naar Nederland gekomen. Tussen juli en september dienden 4.385 mensen een eerste asielverzoek in, zo meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag. Het aantal familieleden dat voor gezinshereniging naar Nederland reisde, kwam in diezelfde maanden uit op 2.260.

In vergelijking met een kwartaal geleden is het aantal nareizigers bijna gehalveerd, zo constateert het statistiekbureau. Het aantal eerste aanvragen lag vorig kwartaal juist zo’n 14 procent hoger dan in het voorjaar. Syriërs en Eritreeërs blijven de grootste groep, zowel bij eerste asielaanvragen als onder nareizigers.

Op het eerste gezicht lijkt de trendbreuk opvallend. Dit voorjaar waarschuwde directeur Rob van Lint van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) nog dat het aantal nareizigers gedurende het hele jaar hoog zou blijven. Voor elke asielzoeker die als eerste naar Nederland kwam zei Van Lint te rekenen op drie nareizigers.

Afkomst aanvrager speelt rol

Dat het aantal nareizigers nu toch scherp daalt, heeft volgens een woordvoerder van de IND te maken met de procedure voor asielaanvraag. Als een asielzoeker naar Nederland komt, hoort hij uiterlijk binnen vijftien maanden of hij een verblijfsvergunning krijgt. Vervolgens moet hij binnen drie maanden een verzoek indienen voor gezinshereniging. Een vertraagd effect kan dus anderhalf jaar zichtbaar zijn.

Voor een deel is dus sprake van een vertraagd effect van de “hoge asielinstroom” waar Nederland tot het einde van 2015 mee te maken had, aldus de woordvoerster. Tegelijkertijd speelt ook de afkomst van de eerste aanvragers een rol:

“In de periode van hoge instroom kwamen vooral Syriërs en Eritreeërs naar Nederland, mensen die recht hebben op een vergunning. Nadien zagen we juist veel aanvragen uit groepen die niet in aanmerking komen voor een vergunning. In dat geval kun je ook geen familieleden laten nakomen.”

Voorbeelden van die groepen zijn bijvoorbeeld Albanezen en Marokkanen. Het aantal aanvragen uit die landen steeg vorig najaar scherp, terwijl de kans op een vergunning gering is. Zowel Marokko als Albanië wordt als een veilige regio beschouwd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *